In dit jaargetijde begint de dag in Bangkok altijd koel. Het
is zo rond de 20 graden, de zon staat aan een strakblauwe hemel en de hitte van
het middaguur is nog ver weg. Een van de aangenaamste dingen die je dan kunt
doen is een ochtendwandelingetje maken. Ik doe dat iedere dag, want mijn school
die om 9 uur begint, is een kwartiertje lopen van mijn huis. En terwijl de
Thais warme kleding hebben aangetrokken en een beetje klagen over de kou, loop
ik fluitend naar school vol plezier over het aangename weer. Het leek me leuk
met de lezers van mijn blog te delen wie en wat ik zo allemaal tegenkom op
mijn dagelijkse wandeling.
Als ik ’s ochtends beneden kom zijn de eerste mensen die ik
ontmoet de mannen van de security, die me altijd uitgebreid goede morgen
wensen. Ik ontkom niet aan een praatje over het weer, maar dat is natuurlijk
goed voor mijn Thaise taal. Bovendien willen ze graag kwijt hoe koud het wel niet is. Deze mannen zijn duidelijk al wat langer in vaste dienst
van het beveiligingsbedrijf G4S, en hebben dus een vrij goede baan. Ze kennen
het gebouw en zijn omgeving van haver tot gort, en regelen van alles voor de
bewoners hier. En ze bedienen natuurlijk onze slagboom, waaraan ze hun
autoriteit ontlenen.
In mijn straat is veel sluipverkeer, omdat de omliggende wegen in de ochtendspits volledig vast staan. Bangkok is een groot
deel van de dag één grote file. Om je dan toch snel te kunnen verplaatsen
gebruik je een motocy, een motorfietstaxi. De standplaats bevindt zich recht
onder mijn raam, en het vrolijke geroep en geschreeuw van de motorbike jongens
is als ik wakker wordt een beetje mijn wekker. Er staat meestal een lange rij
klanten te wachten. De jongens weten inmiddels dat ik naar school wándel, wat
ze wel grappig vinden, maar als ik later op de dag ergens heen moet ben ik een
goede klant. Met een motorbike kun je gemakkelijk tussen de files doorrijden en
kom je snel op je bestemming. Motorbike taxi is geen vetpot: na aftrek van
kosten, de lening voor de motorbike, de vergunning, het geld voor de
organisator die de ritjes verdeelt, blijft er vaak minder over dan het minimum
dagloon van 300 baht (€7,50). Maar de jongens hebben wel veel plezier in hun
werk en stralen dat ook uit.
Ik passeer daarna verschillende eetstalletjes, die meestal
mobiel zijn, en er dus niet de hele dag staan. De straat vult zich al vroeg in
de ochtend met de heerlijkste geuren. Vaak nemen mensen hier op weg naar hun
werk een snack, of ze kopen alvast wat eten om mee te nemen voor de lunch. Een
gefrituurd kippenvleugeltje op een stokje kost 10 baht, een vis zo’n 60 baht
(maar die eet je met z’n tweeën), en een bordje rijst of noedels zo’n 40 baht.
Ik ben geen ontbijt-type, en de meeste stalletjes langs mijn route zijn na
lunchtijd verdwenen. Maar we zeggen altijd wel vriendelijk gedag, en mensen
vinden het leuk even een praatje te maken als er geen klanten zijn. Deze mensen
zijn trots op hun eetstalletje!
Als ik de stalletjes voorbij ben passeer ik een paar straten
met dure huizen, met grote muren eromheen en bewakers voor de deur. Sommigen
zijn heel royalistisch van aard, en laten dat zien met vlaggen langs hun
tuinmuur – geel voor de koning en blauw voor de koningin. In het verdeelde
Thailand is dat ook een politiek statement. Hier woont de elite en het
establishment. Er is zelfs een huis, dat gebouwd is als een kopie van het Witte
Huis in Washington, maar dat mag uiteraard niet worden gefotografeerd.
Wie wel
op de foto wilde was de bewaker die voor een van de huizen staat, en die altijd
de krant zit te lezen als ik langskom. Het is leuk in mijn gebroken Thai altijd
even te vragen wat hij nu weer heeft gelezen. Er deugt weinig van de wereld,
vooral in het gevaarlijke Europa waar ik vandaan kom. Deze man is blij met de
rust en de orde die hier heersen sinds de militairen aan de macht zijn, en tevreden dat het
rustig is in de straat. Hij hoeft het rood-witte hek alleen weg te schuiven
voor de Mercedes van zijn baas.
Het is grappig hoe divers de samenstelling van deze wijk
toch is, want schuin tegenover onze bewaker is een bedrijf dat metalen pijpen
maakt, en waar het een leven van jewelste is. Geluiden van machines en motoren,
en uiteraard radio’s die Thaise popmuziek spelen. De mannen die er werken
zitten als ik langskom altijd een sigaretje te roken, en zijn zo langzamerhand
gewend aan de dagelijkse verschijning van die wandelende buitenlander met zijn
rugzakje. Ze vonden het leuk om even op de foto te gaan.
Weer wat verderop passeer ik een aantal dure scholen, waar
kindertjes door hun ouders worden afgeleverd met de Mercedes, de Porsche of de Maserati.
Er is ook een middelbare school, met wederom vlaggen van het koninklijk huis
voor de deur. Ook mijn eigen school – Nisa – vlagt overigens koninklijk, zowel
buiten als binnen.
Vlak bij mijn eigen school passeer ik dan nog een klein
eethuisje, waar ik vaak in de lunchpauze iets eet, samen met een paar van mijn
medeleerlingen. Ze hebben er heerlijke somtam, papaja salade, en gebakken
rijst. Het is nog vroeg in de ochtend, dus er zijn nu nog geen klanten, maar de stoep moet nog even worden aangeveegd.
Ik heb mijn school bereikt, de ochtendwandeling is voorbij
en het is tijd om de lessen te beginnen. Sawatdee Khrap, zo begroeten we elkaar
– en ook de buitenlanders spreken onderling Thai. Koud vanochtend he? Wat heb
je gisteravond gedaan? Al ontbeten…?









Wat een heerlijk oord
BeantwoordenVerwijderenWederom genoten:-)